Grootmoeder kwam aan met drie kopjes thee. Een grote kop thee en twee kleine kopjes thee. "Dank u wel grootmoeder. Kijk eens Lopu! Lekkere warme thee!" zei Liv blij. "En een koekje erbij", zei grootmoeder. Ze gaf Liv twee koekjes. Een voor haar, en een voor Lopu. "Oh! Koekjes! Dank u wel grootmoeder!" Ze gaf Lopu zijn thee en een koekje. "Alsjeblieft Lopu. Geniet ervan!" Liv lachte.1
Het werd donker buiten. De zon verdween, de maan verscheen. Liv ging in bad, en grootmoeder zat aan het bad in een stoel. Lopu zat op haar schoot. "Kijk Lopu! Ik moet ook in bad", lachte Liv. Grootmoeder lachte. "Ja ja. Iedereen moet in bad." Na het bad trok Liv haar pyama aan. Toen ging zij haar tanden poetsen. "Grootmoeder, heeft u nog een tandenborstel? Lopu moet ook zijn tanden poetsen." Grootmoeder knikte al lachend. "Maar natuurlijk liefje." Grootmoeder pakte een tandenborstel. "Lopu, we gaan tanden poetsen. Ook jij. Zeg maar aa. Ik poets wel voor je." Liv poetste Lopu's tanden en haar tanden. Grootmoeder poetste haar tanden ook. Toen moesten ze alledrie hun mond spoelen. Lopu leek blij te zijn. Zijn mond stond in een glimlach. Of dacht Liv dat maar?2
"Grootmoeder, heeft u nog een pyama? Anders moet Lopu in zijn blote billen slapen. Dat is niet leuk, en heel erg koud", zei Liv. "Dat zal ik even moeten kijken", zei grootmoeder. Ze ging naar haar slaapkamer. Ze kwam terug met een kleine blauwe pyama. "Deze pyama was ooit van mijn teddybeer. Nu is hij van Lopu." "Dank u wel grootmoeder", zei Liv, en vlug deed ze bij Lopu de pyama aan. "Nu kunnen we in bed kruipen Lopu. Vind je dat leuk?" Lopu lachte. Een mooie glimlach stond op zijn gezichtje.
